Welkom

Helaas, gesloten!

Meer vogels in je tuin? Trakteer ze op de lekkernijen van Vogeltjestaart, het lekkerste gebak voor vogels! Handgemaakte traktaties van 100% plantaardig vet, rijk gevuld met gemengd vogelzaad, diverse granen, zonnebloempitten, pinda’s en stuk voor stuk fraai gedecoreerd. Ze zijn er in allerlei vormen en formaten: je kunt kiezen uit een vogeltjestaart, een wintertaart, bruidstaart, vogeltjesvlaai, hartedief, grote of middel tulband, hazelnoottaartje, bessentaartje, sinaasappeltaartje, tompoezen, muffins, droomsoesjes, taartpuntjes en cupcakes. Een Vogeltjestaart is 100% natuurlijk, voedzaam voor vogels en leuk om te zien. Verwen jezelf, familie, vrienden, een collega of kennis met een Vogeltjestaart. Als cadeau, bedankje of zomaar.

High Tea voor vogeltjes! Zet een paar leuke cupcakes, tompoezen, taartpuntjes en muffins op een etagere op tafel in je tuin. Stuk voor stuk lekkere versnaperingen en het ziet er ook nog eens heel gezellig uit!

Koel serveren! Voor Vogeltjestaarten en gebakjes is het in het vroege najaar soms nog net iets te warm. De handgemaakte lekkernijen bestaan uit 100% plantaardig vet, zaden, granen en pitten die reageren op de afwisseling van een warm zonnetje, regen en koudere nachten. Laat bij te hoge temperatuur de taart eerst nog even op een koelere plek staan – liefst ingepakt in de folie – en zet de traktatie pas buiten in de tuin als het overdag kouder dan 10°C is.

Bestellen of de winkel bezoeken? Bestellen kan via de website of een facebookbericht en je kunt je bestelling op afspraak ophalen in Etten-Leur. Natuurlijk kun je ook gewoon eerst even een kijkje komen nemen de winkel. Graag wel even van tevoren laten weten wanneer je langs wil komen, dat voorkomt eventuele teleurstelling wegens een dichte deur ;-). Op de hoogte blijven? Like ons op facebook of volg ons op instagram!

Taarten Assortiment

Vogeltjestaart en -gebak bevat vele soorten granen, zaden en pitten en heeft daardoor een aantrekkingskracht op allerlei tuinvogels. De gestreepte zonnepitten en pinda’s zorgen voor extra energie, die de vogels in het najaar en de winter goed kunnen gebruiken. Vooral de pinda’s zijn energierijke kost dankzij een hoog vetpercentage (45 tot 50%). In verhouding tot andere pitten zijn de gesteepte zonnepitten goed gevuld en daardoor een gewilde traktatie in de tuin. De Vogeltjestaarten worden bovendien wisselend versierd met een lekkere dot ‘slagroom’ en uiteenlopende garnering zoals walnoten, cranberry’s, sier- of denneappeltjes. Een lekkernij voor zowel zaadetende als insectenetende vogels. Bovendien levert het verwijderen van de pitten en pinda’s uit de schil een mooi schouwspel op. Doordat in het vogelvoer ook gepelde en gebroken zaden worden gebruikt zal de voederplek geen zee van onkruid worden.

Bruidstaart — 27,50
Tulband Groot — 21,50
Vogeltjestaart — 18,50
Wintertaart — 16,50
Hartedief — 14,00
Tulband Middel — 11,50
Vogeltjesvlaai — 10,00
Bessentaartje — 8,50
Hazelnoottaartje — 8,50
Sinaasappeltaartje — 8,50
Musliedje — 8,50
Taartpuntje — 4,25
Kokoskeek — 4,25
Tompoes — 4,25
Droomsoes — 3,75
Muffin — 3,75
Vogeltjeskrans — 3,50
Cupcake — 2,25
Ieniemienie — 2,25
Tomkitten — 2,25
Havermopje — 2,25

Ga naar de prijslijst

Perfecte Voedermix

In het najaar en de winter kunnen ze allemaal wel wat extra calorieën gebruiken, maar iedere vogelsoort heeft zo zijn eigen voorkeur (bezoek de website van de Vogelbescherming). Je zou zeggen dat elk vogeltje eet zoals het gebekt is. Het is natuurlijk het leukst als je veel verschillende soorten in je tuin ziet, daarom kun je het beste een gevarieerde lekkernij voor ze neerzetten. En als het even kan op verschillende plaatsen zodat je de meeste voorkomende tuinvogels op hun wenken bedient…

De zeer sociale huismus, de melodieus zingende vink en de trouwe groenling zijn echte zaadeters. Ze hebben een forse snavel om zaden en pitten te kraken. Ze zijn dol op allerlei granen, maïs, zonnebloempitten en pinda’s en die vinden ze in elke Vogeltjestaart. Veel van deze zaadeters overwinteren in groepen en wijzen elkaar de weg naar voedzame hapjes.

Wil je het lied van elke vogel beluisteren? Klik dan op de ‘play’-knop links bovenaan de afbeelding!

De huismus (Passer domesticus) is 14 tot 16 centimeter lang en weegt maximaal 30 gram. Het mannetje heeft een grijs petje met roodbruine zijden, grijze wangen, een donkergrijze kegelvormige snavel, een zwart masker met witte stip achter het oog, een variërende zwarte bef en borst, een brede witte streep over de vleugels, een grijs onderlichaam en korte leverkleurige poten. In het broedseizoen heeft hij een zwarte snavel. Dominante mannetjes hebben bovendien meer zwart dan huismussen lager in de rangorde. Het vrouwtje heeft een minder contrastrijke tekening dan het mannetje, een vrij egale koptekening met een lichte oogstreep, enige tekening op rug en vleugels en een effen licht grijs/bruine borst. In de ruitijd is hun verenkleed soms nauwelijks meer te herkennen als zijnde van een huismus.

Vink_Fringilla_coelebs
Vink

De vink (Fringilla coelebs) heeft een lengte van 14 tot 16 centimeter. De meest opvallende kenmerken van de vink zijn de twee witte vleugelstrepen, bij zowel het mannetje als vrouwtje. Een volwassen mannelijk exemplaar heeft in broedkleed een leiblauwgrijs petje, dat doorloopt tot in de nek. De snavel is grijs, kort en kegelvormig. Het voorhoofd is zwart, de wangen en de borst zijn diep oranje tot soms wijnrood van kleur, de bovenrug is donker roodbruin en de veren zijn grotendeels zwart met twee witte banden. De vink heeft een groenachtige stuit en korte bruine pootjes. De staartveren zijn zwart, behalve de buitenste staartpennen, die wit van kleur zijn. Het vrouwtje is minder opvallend en wordt nog wel eens aangezien als een vrouwtjesmus.

Groenling_Chloris_chloris
Groenling

De groenling (Chloris chloris) is 14 tot 16 centimeter lang. Het heldere olijfgroen en geel maken de mannelijke groenling onmiskenbaar. De randen van de vleugel en de meeste staartpennen zijn aan de basis opvallend helder geel. De rug heeft een bruine tint en de onderzijde is meer geelachtig. De stevige, kegelvormige snavel is bijna wit en de poten zijn leverkleurig. Het wijfje is minder intensief van kleur, zij is meer grijzig groen en het geel in haar veren is veel valer.

Insectenetertjes zoals het brutale roodborstje, de kleine winterkoning en de minder in het oog springende heggenmus zijn blij met (gevriesdroogde) meelwormen. Maar ze zijn ook zeker dol op het fijne zaadmengsel in de Vogeltjestaart. Ze bezoeken de tuin een paar keer per dag en doen tijdens hun ‘voedselroute’ vast en zeker de Vogeltjestaart aan.

Roodborstje_Erithacus_rubecula
Roodborstje

De roodborst (Erithacus rubecula) is dankzij de oranjerode borst met geen enkele andere Nederlandse vogel te verwarren. Het is een vrij gedrongen vogeltje van 12,5 tot 14 centimeter, maar wordt ook gekenmerkt door een opgerichte houding. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een opvallend oranjerood gezicht en keel. De ogen zijn groot en donker, opvallend in het egaal oranjerode gezicht. De roodborst heeft een kleine spitse, donkere snavel. De staart is roodbruin, de rug bruin en de onderbuik lichtgekleurd. Het vogeltje staat op korte zangvogelpootjes. Jonge vogels hebben overigens een gespikkelde kop en borst.

Winterkoning_Troglodytes troglodytes
Winterkoning

Het winterkoninkje (Troglodytes troglodytes) is een klein, compact, zandbruin vogeltje van zo’n 9 tot 10,5 centimeter groot. Het fijn ogende vogeltje lijkt op afstand egaal bruin, maar het gehele verenkleed is echter fijn dwars gebandeerd. De bovendelen zijn rossigbruin en de onderdelen beigebruin. De winterkoning heeft een crèmekleurige wenkbrauwstreep en keel en witte vlekjes op handpennen en aan de punten van de vleugeldekveren. Hij heeft een klein spits insectensnaveltje en loopt op fijne pootjes. Heel herkenbaar is zijn licht gebandeerde recht opstaande staart.

Heggenmus_Prunella_modularis
Heggenmus

De heggenmus (Prunella modularis) is een onopvallende vogel met als belangrijkste kenmerken de grijze kop en borst. Ze worden 13 tot 14,5 centimeter groot, ongeveer even groot als de huismus. Ook de tekening van de rug lijkt veel op de tekening van een huismus. Het verschil met de huismus is de loodgrijze kop en de donkere borst en onderbuik. De bovendelen zijn donkerbruin met lange zwarte strepen, de flanken zijn donkerbruin gestreept. De heggenmus heeft twee onopvallende vleugelstrepen en heeft geen wit in de staart. De dunne zwarte snavel onderscheidt hem van onder meer gorzen en mussen. Het mannetje en het vrouwtje dragen hetzelfde verenkleed en hebben en roodbruine poten.

De kleurrijke koolmees en de behendige pimpelmees zijn in iedere tuin wel te vinden. Ze zijn gek op pinda’s en zullen ook de plantaardige vetten in de Vogeltjestaart waarderen. Ze zijn echter ook te porren voor zonnebloempitten en doppinda’s.

Koolmees_Parus major
Koolmees

De koolmees (Parus major) is met zijn opvallende geel-groen-zwart verenkleed misschien wel het bekendste vogeltje van Nederland. Volwassen koolmezen zijn circa 13,5 tot 15 centimeter groot en hebben een gewicht van gemiddeld 17 gram. Deze vogelsoort heeft een kruin in glanzend zwart met grote witte wangvlekken en een mosgroene bovenzijde met witte vleugelstreep en blauwgrijze vleugel. De stuit en de staart zijn blauw met wit van kleur. Mannetje en vrouwtje lijken sterk op elkaar, maar zijn toch goed te onderscheiden. Mannetjes hebben namelijk een flinke brede zwarte stropdas over de gele borst hangen, terwijl dat bij de vrouwtjes slechts een dun sjaaltje is. De mannelijke koolmees is ook herkenbaar aan de grotere hoeveelheid zwart tussen de poten en meer glans op de kop. De jongen van de koolmees zijn is valer gekleurd en missen de zwarte streep, die pas in het najaar verschijnt. De koolmees is de grootste mees, zoals de wetenschappelijke soortnaam verraadt: major betekent groot.

Pimpelmees_Cyanistes_caeruleus
Pimpelmees

De pimpelmees (Cyanistes caeruleus) is herkenbaar aan zijn helder blauwe petje. Volwassen pimpelmezen zijn 10,5 tot 12 centimeter groot en een gewicht van ongeveer 12 tot 15 gram, dit is kleiner dan de koolmees. De pimpelmees heeft een vrij onmiskenbaar verenpak met zijn kobaltblauwe kruin, staart en vleugels die duidelijk afsteken tegen het geel van zijn onderkant. De kin is zwartblauw en gaat over in een zwarteblauwe halsband. De wangen en het voorhoofd zijn wit van kleur en deze mees heeft een opvallende blauwzwarte oogstreep. De vogel heeft een zwarte lengtestreep over buik, maar deze is minder duidelijk dan bij de koolmees. De pimpelmees heeft een kleine donkere snavel en donkergrijze zangvogelpootjes. Het verschil tussen mannetje en vrouwtje is vrijwel niet waar te nemen. De jongen zijn op de kop groenig in plaats van blauw en op de wang gelig.

De wat luidruchtige merel, de uiterst talrijke spreeuw en de fraai zingende zanglijster doen zich in de winterse periode graag tegoed aan het plantaardige vet in de Vogeltjestaart. Ze zijn in principe niet zo kieskeurig, maar wel erg competitief, dus wat extra Vogeltjesgebak kan beslist geen kwaad.

Merel_Turdus_merula
Merel

De merel (Turdus merula) is een soort met duidelijke verschillen in verenkleed tussen mannetjes, vrouwtjes en jongen. Een mannetjesmerel is 23,5 tot 29 centimeter lang, heeft een spanwijdte van 34 tot 38,5 centimeter en weegt tussen 80 en 110 gram. Het gehele lijf van de merel is egaal zwart, op een opvallende oranje spitse snavel en opvallende gele oogring na. Een vrouwtjesmerel heeft een aardbruin tot licht roodbruin lijf en is dus lichter dan het mannetje. Haar snavel is bruingeel gekleurd. Zij heeft donkere strepen op de keel en een gespikkelde of donker gevlekte onderzijde in een onduidelijk patroon. Heel oude wijfjes hebben een gele snavel en een witte keel en borst. Een onvolwassen mannetje heeft in zijn eerste winter bruine vleugels, een vaal zwart lijf en een donkere tot zwarte snavel. Jonge merels zijn vaak donziger en net iets lichter en lijken daardoor groter dan de volwassen vrouwtjes. Pas aan het einde van de winter krijgen de jongen hun eigenlijke verenkleed en kleur snavel. Merels hebben donkere poten.

Spreeuw_Sturnus_vulgaris
Spreeuw

De spreeuw (Sturnus vulgaris) is een bekende vogel van 19 tot 22 centimeter met een spanwijdte van 37 tot 42 centimeter en een gewicht van 70 tot 80 gram. Een compact lichaam, korte staart en driehoekige vleugels geven de vogel een gedrongen uiterlijk. Het verenkleed is in de broedtijd glanzend zwart met – vooral in de zon – een weerschijn van bronsgroen (kop en achterhoofd) en verschillende variaties purper. In de winter, na de broedtijd, krijgen de spreeuwen een bruin onopvallend verenkleed dat duidelijker gespikkeld is dan in de zomer. Omdat de veren van het wijfje wat groter en breder zijn, en omdat de uiteinden van de contourveren wit gekleurd zijn, zijn háár stippels van het winterkleed groter en staan bovendien wat dichter opeen. Jonge spreeuwen zijn grijsbruin met een lichte keel. Aan het eind van de zomer ruilen ze dit verenpak om voor dat van de volwassenen, zij het dat hun spikkels duidelijker zijn dan die van de oudere volwassenen die meer gemêleerd zijn. De lange en spitse snavel is geel in het broedseizoen, daarbuiten kleurt deze donker grijs/zwart. De pootjes van de spreeuw zijn leverkleurig.

Zanglijster_Turdus_philomelos
Zanglijster

De zanglijster (Turdus philomelos) heeft een lengte van ongeveer 20 tot 23 centimeter en heeft een spanwijdte van 33 tot 36 centimeter. Een zanglijster weegt tussen de 70 en 90 gram. De vogel heeft een vale witte ring rond het oog en strepen onder de wangen. De snavel is zwart-grijs en aan het begin bij de kop geel met zwarte snorharen. De vogel is daarnaast te herkennen aan de lichte borst met pijlpuntige bruinzwarte vlekken, die tot de flanken doorlopen. De onderzijde is bruin-okergeel aan de flanken. De rug is effen donkerbruin tot olijfbruin (die van de grote lijster is grijs-bruin). De bovenkant van de vleugels van de zanglijster zijn effen bruin met vaal witte uiteinden. De onderkant is vaal geel-bruin tot oranje-beige. De staart is vrij kort. De poten zijn licht oranje-roze.  De snavel is kort, donker en stevig.

Ook de wat grotere gevleugelde vrienden zoals de voor het leven trouwe kauw, de intelligente ekster, de wat schuwere zwarte kraai, de sierlijke Turkse tortel en de forse houtduif zal een Vogeltjestaart niet kunnen weerstaan. En zet ook gerust een schaaltje water voor ze neer, want ondanks dat het een zoutloze traktatie is, heeft een vogel naast een hapje ook behoefte aan een drankje.

Kauw_Corvus_monedula
Kauw

De kauw (Corvus monedula) is één van de kleinste kraaiachtigen die in Nederland voorkomen. De vogel heeft een lengte van 30 tot 34 centimeter. De spanwijdte reikt van 64 tot 73 centimeter. Deze zwarte vogel is behalve aan het formaat ook van andere kraaiachtigen te onderscheiden door het grijze oorstreek en achterhoofd en een relatief korte donkere snavel. Wat opvalt is de lichtgrijze iris, waardoor de vogel een vriendelijk uiterlijk heeft. Zijn typische houding en enigszins schokkende loop op zijn donkere poten doet denken aan een deftige heer. Een jeugdige kauw is bruiner, maar andere kenmerken maken verwarring onwaarschijnlijk.

Ekster_Pica_pica
Ekster

De ekster (Pica pica) is met zijn contrasterende zwart-witte verenkleed een van de gemakkelijkst te herkennen vogels. Met de lange, getrapte staart – die de helft van lichaamslengte uitmaakt – meegerekend, wordt een ekster zo’n 40 tot 51 centimeter lang. De staart van het mannetje is langer dan van het vrouwtje. Flanken, buik en schouders zijn helder wit, terwijl de veren, de snavel en de poten zwart zijn. Als je goed naar het verenkleed kijkt, zie je dat deze voorzien van een groene, paarse of blauwe glanslaag, hetgeen vooral zichtbaar is in het zonlicht. Het eksterjong lijkt sterk op zijn ouders, maar heeft nog een kortere staart. Op de grond hipt de ekster rond, dit in tegenstelling tot de meeste andere kraaiachtigen die rondstappen.

Kraai_Corvus corone
Zwarte kraai

De zwarte kraai (Corvus corone) is in volwassen staat 44 tot 53 centimeter lang en weegt zo’n 400 tot 600 gram. De spanwijdte varieert van 84 tot 100 centimeter. De zwarte kraai is soms wat lastig te onderscheiden van zijn kraaienfamilieleden, maar er is verschil. Het verenkleed is geheel zwart, hetgeen het enige verschil is met bonte kraai. De zwarte kraai is groter dan de kauw en heeft vaak een wat groenige glans over de veren. Van de ongeveer even grote roek is de zwarte kraai te onderscheiden doordat de roek een kaal stuk huid aan de basis van de snavel heeft, waardoor de snavel langer lijkt. De roek heeft overigens veren op de dijen, een zogeheten ’broek’ die bij de zwarte kraai ontbreekt. De snavel van de roek is bovendien lichter van kleur dan de gitzwarte kraaiensnavel. De zwarte kraai verschilt van de veel grotere raaf door de rechte, afgeronde staart en de gladde keel. Als je goed kijkt, zie je dat de krachtige snavel van de zwarte kraai bij de bovensnavel pas bij de punt naar beneden buigt. De poten van de zwarte kraai zijn net als het lichaam donker.

Turkse_tortel_Streptopelia_decaocto
Turkse tortel

De Turkse tortel (Streptopelia decaocto) is een sierlijke broedvogel met een lichaamslengte van 31 tot 34 centimeter. Het gewicht loopt uiteen van 150 tot 250 gram. De spanwijdte is 48 tot 56 centimeter. De vogel is herkenbaar aan het licht grijsbruine verenkleed met een vrij lange staart, een duidelijke zwart-witte nekband en rode ogen met een contrasterende zwarte iris. De bovendelen zijn egaal bleek grauw- tot grijsbruin en in de vlucht toont de Turkse tortel blauwgrijze schouders. De kop en onderdelen zijn lichter en grijzer, met een enigszins roze tint, met name op borst. De staart heeft wit op buitenste staartpennen. Het verenkleed is overigens bij beide geslachten gelijk. De snavel is relatief kort en de poten zijn leverkleurig.

Houtduif_Columba_palumbus
Houtduif

De houtduif (Columba palumbus) is met een lengte van 38 tot 43 centimeter de grootste duif die je in de tuin tegenkomt. De spanwijdte is 68 tot 77 centimeter. De houtduif is stevig gebouwd en heeft een zware, volle grijzige, diep wijnkleurige roze borst. De vogel heeft een grijspaarse kop en meest opvallende kenmerken zijn de witte vlekken op de zijhals, afgezet met glanzend groen en roze en de brede witte banden op bovenvleugels. Daarnaast heeft de vogel donkere slagpennen en een brede donkere zwarte eindband op de staart, een korte, gele snavel met een rode basis, een witte iris met zwarte pupil en korte roze poten. Het verenkleed bij beide geslachten is gelijk.